Dag 25
Redacteur: Piet Bulthuis team nr. 17 Dag 25, 27 augustus 2005 Vertrek: Bisschop Aankomst: Bakersfield Aantal Km. 333 De DEATH VALLEY (de doden vallei) Aangekomen bij het hotel waar we zouden overnachten eerst even naar de mededelingen kijken. Er was niets bijzonders te lezen. Alleen viel het mij op dat de rit door eventueel de Death Valley,afgekort DV niet aan te bevelen was. Het werd zelfs afgeraden om welke reden dan ook. Toen ik dat las dacht ik, waarom is dat een negatief advies. Het zou te lang te warm en noem maar op zijn. Eigenwijs als ik dan ben wordt dan juist genteresseerd in zoiets. Na een bad genomen te hebben en een hartige hap aan de wandel gegaan. Willeke (mijn partner) die ook een beetje nieuwsgierig werd vroeg wat ik van plan was. Eerst maar eens een kaart van de juiste omgeving kopen en inf. inwinnen bij mensen die er beslist iets meer van weten. Zo gezegd en zo gedaan. Tijdens het wandelen kwamen we een Canadees tegen, genaamd Richard. Kwamen aan de klets en hij vertelde dat hij morgen met zijn zoon op de motorfiets naar de DV zou gaan. No problem zij hij. Bingo, hij met de motor, dan gaan wij met de auto was mijn reactie. Hij sie joe toe morrow. PS.mijn schrijfengels is niet zo goed, praten en lezen trouwens ook niet ??? Bij het hotel aangekomen enkele gasten aangesproken die ook wel idee hadden om mee te gaan. De wekker op 6 uur gezet. Eigenlijk ben je gek om zo vroeg op te staan. Een halfuur later stonden we klaar, te wachten op de anderen. Volgens mij had iedereen zich verslapen of men ging toch maar niet mee. Ook prima. Alleen Bram en Ella , team nr. 81 waren gereed om mee te gaan. Deze mensen hebben de pech gehad dat hun motor in de soep draaide en hem moesten achterlaten. Vreselijk zoiets. Als pleister op de wond hadden ze nu een huurauto met airco en andere lekkere hebbedingetjes. Ook niet verkeerd natuurlijk. Maar toch, het is vervelend. Met Bram en Ella de route doorgenomen en besloten maar op pad te gaan. Via het routeboek de weg vervolgd. Onderweg kwamen we vanzelf de borden tegen naar de DV. Bij Big Pane zouden we de 168 opgaan. Alles liep voortreffelijk, mooie wegen en lekker weer.Via deze weg zouden we naar het SCOTTYS CASTLE gaan. Daar was benzine te koop. Ook niet onbelangrijk. Deze weg was ongeveer een mijl of 60. Het rijden was een genot, lekker rustig en best een mooie omgeving. Na ongeveer 3 kwartier stopte de asfalt weg en werd hij ook iets smaller. Geen probleem want we konden gewoon lekker doorrijden. Maar daar kwam toch ook een einde aan. Weg was weg en wat nu. Even overleggen met de andere. Na 4 seconden was besloten om door te gaan. Zoiets mag ik wel ,niet lullen maar doen. We moesten nog een mijl of 30 -35 te gaan. Het zou straks beslist beter worden dacht ik hardop. Maar dat werd het niet, zeker niet. Af en toe moesten de dames even vooruit lopen om te kijken of de kuilen niet te diep waren. Maar ja , als Sahara rijder ben je wel wat gewend ??? Soms stapvoets gingen we verder. Gelukkig waren we maar met twee autos. Anderen zouden misschien op hol geslagen zijn, hoewel je weinig kon hollen. Op een gegeven moment kwamen we van die oranje kegels tegen. Zou de Ballst Mij. hier aan werk zijn geweest via de dubbele boekhouding en middels de verklikker het werk niet kunnen hebben afmaken. We zullen het nooit te weten komen. Behalve de herrie werd het toch stiller in de auto, wanneer zou hier een eind aan komen, aan deze ellendige weg wat geen weg is te noemen. In de verte zag ik de kleur van de weg anders werd. Hoera, helaas niet dus. Zou ik last van asfaltmorgana hebben of zoiets. De steensoort was donkerder. Rijden gewoon doorrijden met grote stofwolken achter ons aan. En dan, niet te geloven, echt asfalt dat mooi glad en zwart was. Even met zen vieren een rondje dansen en dan weer verder. 6 mijl hadden we nog te gaan, en stil dat het was, heerlijk. Daar zagen we ineens palmbomen en gebouwen in oerfecte staat van onderhoud. Jawel, het Scottys Castle was bereikt. Perfect. Een of andere steenrijke Amerikaan met de naam Albert Jhonson had in 1921/1924 dit Spaans-Moorsachtige kasteel laten bouwen als winter vakantie buitenverblijf. Kostprijs toen $.2,5. Nu is het een museum. Helaas was het gesloten omdat het geen seizoen was om open te zijn. Pech dus. Zijn wij dan toch een beetje gek om op dit tijdstip door de DV te rijden. Na een heerlijke verdiende rustpauze en een hartige hap en benzine tanken tegen de prijs van $.3,98 gingen we weer verder. De volgende stop was Stovepipe Wells ( SW ) 65 mijl rijden over een mooie weg. Tijdens het rijden dacht ik aan de cowboy Clint Oosthout die hier met zijn paard doorheen reed en dan de slangen doodschoot die zijn paard wilde aanvallen. Helaas had ik geen Colt 42 maar wel een Days Inn drinkwaterfles naast me liggen. Kan ook hard aankomen tegen je kop. We zagen alleen konijntjes en een soort ratjes met lange achterpoten die als een gek over het warme asfalt rende. Veel planten en ook bloemetjes groeide in deze verzengende hitte. Schitterende steenkleuren van de bergen om ons heen. Het Duetje liep als een naaimachientje en werd niet te warm. ( PS. Sorry Jan, de monteur dat, je zon negatief stukje hebt geschreven over mij en mijn Duet aangaande achterstallig onderhoud. Overigens er werken bij TransOcar geen ouwe mannetjes. Toch bedankt voor het plaatsen van enkele onderdelen welke ik bij Dries heb kunnen verkrijgen. ) Op en gegeven moment deed Willeke een truitje aan. O zal ze het koud hebben ?? De kachel maar aangezet want als een zorgzaam type als ik laat zijn vrouwtje niet in de kou zitten. Nog even later deed ze zelfs een badhanddoek over haar benen . Dan de blower ook maar volle toeren aanzetten. De temperatuur- meter ging niet verder dan 50 C. Zal het dan toch nog warmer zijn. Later vernam ik van Willeke dat het truitje haar tegen verbranden moest beschermen en dat het badlaken haar benen moesten behoeden voor acute ontharing middels de uitlaat van de kachel. Zo zie je maar weer je kan te bezorgd zijn. Na een uurtje ontspannen te hebben gereden kwamen we bij SW aan. Een soort Volendan in het klein maar wel met veel souvenirs te koop en een sanitaire stop. De motor even laten uitrusten en dan weer verder. Eerst even bijgetankt natuurlijk. We zouden nu via de 190 naar Panamint Springs gaan. Div. stops gemaakt om een plaatje te maken reden we voor-spoedig onze weg. Onderweg werden de attent gemaakt op steile hellingen die ook erg lang waren. Maar ons Duetje liet zich niet in luren leggen. Uit voorzorg had ik de motorkap extra omhoog gebracht voor de koeling en dat ging prima. En dan zie een bord staan met RADIATEUR WATER staan. Krijg nou wat zeg. En jawel en heuse waterslang en stoelen met daar omheen palmbomen. Even stoppen natuurlijk en lekker in de schaduw zitten. Er zat een man op een der stoelen die omkeek toen wij aan kwamen lopen en vroeg of wij ook WATER WILDE HEBBEN ,in het Hollands. Stom verbaasd dat daar juist een Hollander zat gingen we maar bij hem zitten. Hij vertelde dat hij al 33 jaar in Canada woonde en hier zat omdat er nieuwe vrachtautos in deze streek getest werden vanwege de temperatuur en de steile hellingen. Een nieuwe auto kwam aan en hij ging direct metingen verrichten aan de assen enz. Na heerlijk uitgerust te zijn gingen we weer verder. Op zijn advies hebben we onze geplande weg niet genomen. We zouden zeer zeker in de oververhittings problemen komen vanwege de steile bergwegen. Een goed advies dus. De andere weg had slechts nog een helling van 10 mijl. Is te doen. Vervolgens ongeveer 160 mijl naar Ridgecrest (RC). Daarna zouden we op dezelfde weg komen zoals in het routeboek stond vermeld. Onderweg nog een stop gemaakt voor een versnapering en dan, het is niet te geloven. Hai Pieter, ai sie jou in de Death Valley. Jawel de Canadees en zijn zoon van gisteravond stonden daar. Even de hand schudden en elkaar een goede reis toegewenst gingen we weer verder. Eigenlijk niet te geloven zoiets. Tijdens de rit nog enkele nederzettingen tegengekomen. Verschrikkelijk om daar te wonen en hoe. Een spookachtig geheel en heeeeel armoedig. Grote cement- of zout fabrieken stonden daar met natuurlijk km. lange spoorwagons. Ook her en der autokerkhoven en andere rotzooi achtergelaten. De Nederlandse Regering dient hier direct naar toe te gaan om een kliklijn in te stellen want zo kan het niet langer. Hoofdschuddend gingen we verder. In RC aangekomen eerst even bijtanken en bij MACd. Een grote milksjeek besteld, heerlijk. Vervolgens weer verder via een schitterende bergtocht naar het hotel, 155 mijl. Genietend van de natuur en de mooie wegen kwamen we om 19.00 uur aan bij het hotel. Conclusie en moraal van dit verhaal : waarom doet men zoiets--- waarom zou je het niet doen. Is het een mooie rit geweest--- nee, moet het dan altijd mooi zijn. Maaaaar het is een ongelooflijke en spannende rit geweest met een diversiteit aan natuur welke een enorme en zeer zeker een lang blijvende indruk op ons gemaakt heeft. We hebben dit NIET willen missen. Dank aan Bram en Ella die ons de gehele rit hebben vergezeld. Groetjes van Willeke en Piet met de Duet nr. 17
Terug naar vorige pagina
|