Vrijdag 12.08.2005
Redacteur: Monique van der Loo Dagnummer 10 Collinsville naar Joplin Afstand:590 kilometer Weer:Zonnig Temperatuur:37 VERSLAG:
Even voorstellen, equipe 8, Hub, Karen en Giel uit Eindhoven, equipe 24, Etienne en Han uit Eysden, equipe 33, Maarten en Eugenie uit Haan (Duitsland) en equipe 57, Theo en Monique uit Geleen. Het is kwart over zeven als we in de auto zitten op weg naar s werelds grootste Catsup bottle, een watertank in de vorm van een ketchupfles, bijna 60 m. hoog. Gebouwd in 1949, in oude staat teruggebracht in 1995. Het gevaarte wordt op de foto gezet en we rijden verder naar St. Louis. Omdat we midden in de spits zitten gaan we voor een foto die al rijdend vanuit de auto gemaakt wordt. Altijd spannend of het wat wordt. Het is 8.00 uur en al 82 graden Fahrenheit, dat belooft wat voor vandaag. Volgens het roadbook wordt dit de langste dag en het zou zon 95 graden worden. Ik heb al verschillende bordjes gezien waarop de boete voor littering staat, maar dit slaat werkelijk alles: tot enkele jaren gevangenisstraf !! We zitten op de I44 op weg naar de Meramac Caverns, die liggen dus aan de zuidkant van de weg. Langs de kant staan al diverse aanplakbiljetten, het is dus niet te missen, dit in tegenstelling tot verschillende andere attracties waar we echt naar hebben moeten zoeken. Het landschap is nog erg groen, veel bomen en natuurlijk de blauwe bloempjes van de cichorei. We hebben genoeg van de Intgerstate en duiken de Route 66 weer op, daarvoor zijn we tenslotte ook gekomen. Dit stuk is prima geasfalteerd, het is wel eens minder geweest. We komen bij het Jesse James museum en moeten nog een paar mijl verder voor de caverns. Prachtige omgeving waar we doorheen rijden. Leuke huizen, netjes verzorgd. Als we op de parkeerplaats wat rondkijken en toevallig naar boven kijken, zien we daar een roofvogel. Wat voor soort durf ik niet te zeggen, maar het zal de eerste van vele worden. Binnen aankomen horen we dat een rondleiding anderhalf uur duurt. Volgens het roadbook zouden we hier een uur pauzeren, en dan moeten we ook nog ontbijten. Dat lukt dus niet, we eten, snuffelen nog wat rond in de shop en gaan de weg weer op. Om 11.01 is het al 89 graden, zon 33 graden Celsius dus. Plenty bomen langs de weg, sommige zijn helemaal dood en zijn helemaal begroeid met klimop. In sommige bomen zitten een soort spinnewebben, makkelijk te zien. Ze zullen de grootte van een voetbal hebben. We rijden door Cuba met diverse authentieke restaurantjes. Langs de weg ligt iets dat wel op een gordeldier lijkt, met een hard schild in een rare kleur bruin. Later blijkt dit een Armadillo te yijn. Degene die voorop rijdt bepaalt de route, bij St. James de I44 weer op en in Ralla de Route 66. We passeren diverse wineries. Het is opvallend wat hier allemaal langs de weg groeit, trompetbloemen, maar ook veel apebroodbomen. Thuis hebben we toiets in de tuin staan. We rijden over een stuk Route 66, waar de schokbrekers flink getest worden. We verrijden ons naar Devils Elbow en tegen de tijd dat we daar tijn regent het als een beest. Gauw een fotootje schieten tussen de ruitenwissers door en weer verder. Tussen de bomen door tien we een paar P1800s staan, helemaal klaar voor een picknick. Het regent to hard dat de ruitenwissers het niet bijhouden. Voor de veiligheid gaan we maar ergens langs de weg staan. Het heeft een voordeel, mijn handschrift wordt weer een beetje te leten. Na ton 15 minuten willen we veer verder, maar dat gaat niet zo makkelijk als we in gedachten hadden. De auto van Etienne wil niet starten, hij moet aangeduwd worden. We slaan een verkeerde weg in en rijden een kilometer of wat de verkeerde kant uit. Om wat tijd te winnen gaan we weer de I44 op tot aan Lebanon. We stoppen om wat te eten in een authentiek restaurant, de bediening is net zo oud als de Route 66. Ze yijn niet meer zo snel, maar daar staat tegenover dat de sandwiches zeer goed smaken. De uienringen zijn echt homemade net als de coleslaw. Speciaal voor de Nederlandse gasten wordt het recept gegeven: buttermilk, eggs and sugar, thats all it takes. But they are a pain to make.Toch eens proberen als ik thuiskomen. Van die hele dikke uien halen en proberen tot het lukt. Als we bij een autopartstore een schakelaartje halen voor de remlichten van Maarten, gaan we weer verder. Joplin is nog ongeveer 150 mijl en het is al 16.00 uur geweest. Het begint weer te regenen, maar het is gelukkig niet zon bui als we gehad hebben. Na een tijdje haken Hub, Karen en Giel af, zij gaan de Insterstate op want Giel is niet helemaal lekker. Wij gaan verder op de 66. We rijden lekker door, goede muziek op de radio, mooie omgeving, hier doe je het dus voor. Om ongeveer 19.15 uur zijn we bij het hotel waar nog even gesleuteld moet worden. Er zijn (alweer) enkele amerikaanse Volvoers langsgekomen om onze autos te bekijken. Er wordt nog het een en ander verteld en dan is het tijd om een lekker hapje te gaan eten. We hadden een beetje tegen deze lange dag opgekeken, maar al met al is hij voor 200% meegevallen.
Terug naar vorige pagina
|